IV
Overweeg thans, mijn waarde Robbie, mijn voorstel. Ik denk dat mijn vrouw die in geldzaken zeer eergevoelig en hooghartig is, de £75, gestort voor mijn aandeel, zal terugbetalen. Zij zal het ongetwijfeld doen. Maar ik vind dat het van mijne zijde behoort te worden aangeboden, en dat ik niets bij wijze van inkomen van haar mag aannemen. Ik kan aannemen wat in liefde en genegenheid voor mij gegeven wordt, maar ik zoû niet kunnen aannemen wat mij met tegenzin of met voorwaarden wordt uitgekeerd. Eer zoû ik mijn vrouw haar volkomen vrijheid geven. Zij kan dan hertrouwen. In elk geval vertrouw ik dat zij, als zij vrij was, mij vergunnen zoû van tijd tot tijd mijn kinderen te zien. Daar heb ik behoefte aan. Maar eerst moet ik haar haar vrijheid geven, en het is het beste, dit als een man van eer te doen door met gebogen hoofd in alles te berusten. Overweeg de zaak nog eens in haar geheel; want door U en Uw slecht overlegd optreden is de moeilijkheid ontstaan. En laat mij weten hoe Gij en anderen er over denkt. Natuurlijk hebt Gij uit bestwil gehandeld. Maar Uw kijk op de zaak was verkeerd. Ik kan in alle oprechtheid zeggen dat ik geleidelijk kom tot den geestesstand van te denken dat al wat gebeurt, om bestwil gebeurt. Mogelijk is het wijsgeerig inzicht of een gebroken hart of godsdienst of de stompe gevoelloosheid van de wanhoop. Maar, wat er de oorsprong van zij, dit gevoel is machtig in mij. Mijn vrouw aan mij te binden tegen haar wil zoû verkeerd zijn. Zij heeft volkomen recht op haar vrijheid. En dan zoû het mij een genoegen zijn, niet door haar ondersteund te worden. Door haar onderhouden te worden is vernederend. Bespreek deze zaak met More Adey. Verzoek hem U den brief te laten zien, dien ik hem geschreven heb. Vraag uw broeder Aleck mij zijn raad te willen geven. Hij heeft een uitnemend oordeel.
Maar nu wat anders. Ik heb nooit gelegenheid gevonden U te bedanken voor de boeken. Zij waren allerwelkomst. Dat men mij de tijdschriften niet toestond, was een slag voor mij, maar Meredith's roman was verrukkelijk. Welk een gezonde kunstenaarsnatuur! Hij heeft volkomen gelijk met zijn betoog dat het gezonde het meest wezenlijke bestanddeel in de romankunst is. Toch heeft tot op dezen dag alleen het abnormale uitdrukking gevonden in het leven en de litteratuur. Rossetti's brieven zijn afgrijselijk, in-'t-oog-loopend vervalscht door zijn broeder. Toch wekte het mijn belangstelling te zien hoe mijn oudooms Melmoth en mijn moeders Sidonia twee van de boeken waren, die zijn jeugd boeiden. Wat de samenzwering tegen hem betreft in later jaren, ik geloof dat die werkelijk bestond, en dat de fondsen verschaft werden door Hake's Bank.[4] Het gedrag van een merel in Cheyne Walk lijkt mij zeer verdacht, al zegt William Rossetti: "Ik kon niets buitengewoons in het zingen van den merel ontdekken." Stevensons brieven zijn ook een groote teleurstelling. Ik zie dat een romantische omgeving de slechtst mogelijke omgeving is voor een romantisch schrijver. In Gower Street had Stevenson een nieuwen Trois Mousquetaires kunnen schrijven. Op Samoa schreef hij brieven aan de Times over de Duitschers. Ik zie ook de sporen van een vreeselijke inspanning om een natuurlijk leven te leiden. Om hout te hakken tot eenig nut voor zichzelf of voordeel voor anderen, moet men niet instaat zijn te beschrijven hoe men het doet. Feitelijk is het natuurlijke leven het onbewuste leven. Stevenson verruimde enkel den kring van het kunstmatige leven door zich aan het delven te zetten. Uit het geheele onverkwikkelijke boek heb ik éen les gehaald. Als ik mijn toekomstig leven doorbreng met Baudelaire te lezen in een koffiehuis, zal ik een natuurlijker leven leiden dan wanneer ik heggen zoû gaan knippen of cacao planten in slijkpoelen. En Route wordt erg overschat.
Het is simpel journalisme. Het doet iemand nooit éen noot hooren van de muziek die het beschrijft. Het onderwerp is natuurlijk kostelijk, maar de stijl is waardeloos, slofferig, slap. Het is slechter Fransch dan dat van Ohnet. Ohnet wil afgezaagd zijn en het gelukt hem. Huysmans wil het niet zijn en is het toch. Hardy's roman is een aangenaam boek, en de stijl volmaakt, en die van Harold Frederic is zeer belangwekkend om zijn inhoud. Daar er zoo goed als geen romans in de gevangenisbibliotheek zijn voor de arme opgesloten kerels met wie ik leef, denk ik later eens de bibliotheek te beschenken met bijvoorbeeld een dozijn goede romans: die van Stevenson (geen aanwezig dan The Black Arrow), enkele van Thackeray (geen aanwezig), van Jane Austen (geen aanwezig), en enkele goede boeken in den trant van Dumas père, door Stanley Weyman bijvoorbeeld of eenig ander modern jong schrijver. Gij noemdet een protégé van Henley[5], nietwaar? Ook den beschermeling van Anthony Hope zouden wij kunnen nemen. Na Paschen zoudt Gij een lijst van zoowat veertien boeken kunnen opmaken en aanvragen ze mij te mogen zenden. Zij zouden goed bevallen aan de enkelen die niet geven om het Journal des Goncourt.[6] Denk er aan dat ik ze zelf wil betalen. Ik zelf vind het afschuwelijk om in de wereld terug te komen zonder een enkel boek in mijn bezit. Zouden er niet onder mijn vrienden zijn, als Cosmo Lennox, Reggie Turner, Gilbert Burgers, Max en anderen, die mij enkele boeken zouden willen geven? Gij weet wat soort boeken ik wensch: Flaubert, Stevenson, Baudelaire, Maeterlinck, Dumas père, Keats, Marlowe, Chatterton, Coleridge, Anatole France, Gautier, Dante en de geheele Dante-literatuur, Goethe en de Goethe-literatuur, enzoovoort. Ik zoû het als een bijzondere vriendelijkheid waardeeren als boeken mij wachtten, en daar zijn misschien wel onder mijn vrienden enkele die het op prijs stellen iets voor mij te doen. Ik ben werkelijk heel dankbaar, al vrees ik dat het dikwijls lijkt van niet. Maar bedenk dat ik naast het gevangenisleven nog onophoudelijke kwellingen heb gehad.
In antwoord op dezen moogt Gij mij een langen brief schrijven enkel over tooneelstukken en boeken. Uw schrift, in Uw laatsten, was zoo verfoeilijk slecht dat het leek of Gij een roman in drie deelen aan 't schrijven waart over de vreeswekkende uitbreiding der communistische denkbeelden onder den gegoeden stand, of U op eenige andere wijze bezig hieldt met het verkwisten van een jeugd die altijd rijk aan beloften is geweest en blijven zal. Als ik U grief door het aan zulk een oorzaak toe te schrijven, stel het op rekening van de overprikkeldheid eener lange gevangenis. Maar schrijf werkelijk duidelijk. Anders lijkt het alsof Gij iets te verbergen hadt.
Daar staat heel wat afschuwelijks in dezen brief, geloof ik. Maar ik moest mij over U beklagen bij Uzelf en niet bij anderen. Lees mijn brief aan More voor. Harris komt mij aanstaanden Zaterdag bezoeken, hoop ik. Groet Arthur Clifton van mij, en zijn vrouw die, vind ik, zoo zeer lijkt op Rossetti's vrouw—hetzelfde prachtige haar—maar natuurlijk een liever natuur is, hoewel Miss Siddal bekorend is en haar gedicht prima.
Steeds de Uwe,
Oscar.
Noten: